KCE lanceert zorgpad lage rugpijn

Rugpijn: bijna iedereen krijgt er weleens mee te maken. Er zijn dan ook een flink aantal oplossingen, maar welke zijn nou echt betrouwbaar? Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg heeft een richtlijn opgesteld aan de hand van klinisch bewijs. De zogenaamde “zorgpad lage rugpijn” bepaalt per patiënt welke onderzoeken geschikt zijn en wat de beste behandeling is.

Wat is het zorgpad lage rugpijn?

Dit is de eerste keer dat er in samenwerking met de verschillende zorgdisciplines en patiënten een zorgpad is ontwikkeld. Bekijk het als een standaardrecept die zorgverleners zouden moeten toepassen bij bepaalde aandoeningen.

Het zorgpad “lage rugpijn” iis geschikt voor lumbale (eenvoudige) en radiculaire pijn. Het KCE heeft zelfs een interactieve tool ontwikkeld (www.lagerugpijn.kce.be).

Voor wie is dit “standaardrecept” bedoeld?

Mensen die lijden aan rugpijn trekken vaak alles uit de kast om er maar vanaf te komen. Op eigen initiatief, of na advies van een arts of kinesitherapeut. Het KCE heeft nu een pad ontwikkeld met alle behandelingen en resultaten.

Nieuwe KCE richtlijnen rond rugpijn
Nieuwe KCE richtlijnen rond rugpijn

Het pad is eigenlijk een route die een patiënt kan volgen. Hij of zij stapt in een bepaald stadium in en vanaf daar worden er onderzoeken en behandelingen geadviseerd. Zo kun je het zo gericht mogelijk aanpakken. Het zorgpad lage rugpijn is een vervolg op de richtlijn voor lage rugpijn (lees ons eerder artikel hierover) en radiculaire pijn.

Hoe is het zorgpad lage rugpijn tot stand gekomen?

Bij de ontwikkeling van het pad is hulp gekregen van ergotherapeuten en ergonomen en op bedrijfsartsen en adviserende artsen van de ziekenfondsen. Hervatten van het werk was voor het KCE namelijk heel erg belangrijk. Het pad is bedoeld zodat alle zorgverleners samen kunnen werken aan een oplossing.

Patiënten hebben meegewerkt

Daarnaast hebben patiënten een handje geholpen tijdens de ontwikkeling van het zorgpad bij lage rugpijn. Ze spraken over hun ervaringen met het zorgsysteem, die soms best onaangenaam waren. Zij brachten een aantal belangrijke misverstanden aan het licht tussen zorgverleners en patiënten.

Het bleek namelijk dat patiënten vaak erg lang op een ‘diagnose’ moeten wachten, terwijl de pijn vaak niet wordt veroorzaakt door letsel maar door een tijdelijke disfunctie die men niet ziet op een MRI of röntgenfoto.

Daarom moet de behandeling in het begin zo min mogelijk medisch zijn. Het is wel belangrijk dat hierover duidelijk wordt gecommuniceerd.

Chronische rugpijn zoveel mogelijk proberen te vermijden

10% van de patiënten heeft langer dan tien weken last. Vanaf drie maanden noemen we de pijn chronisch. Het zorgpad is ontwikkeld om de overgang naar chroniciteit tegen te gaan. Dit doen ze door mensen te wijzen op een aantal risicofactoren. Dit zijn bijvoorbeeld psychologisch of sociaalprofessioneel. Dit risico moet wel in elke fase opnieuw worden beoordeeld zodat de behandeling waar nodig kan worden aangepast.

Daarbij moet dus nog wel het juiste evenwicht worden gevonden. Volgens het KCE moeten zorgverleners het probleem bij patiënten dedramatiseren en zo weinig mogelijk medicijnen voorschrijven. De focus moet ten alle tijden liggen op bewegen.

Conclusie

Het is de eerste keer dat er een tool is die gericht is op alle zorgverleners, waardoor het wel een complexe tool is. Daar tegenover staat dat het heel positief is dat het een interactieve tool is voor de tablet of PC. De tool moet gebruiksvriendelijk zijn en voor de ontwikkeling is er contact geweest met eHealth, een grote producent van medische software. Zij hebben een link in hun software opgenomen naar het pad. Met die link hoopt het KCE dat de tool door zoveel mogelijk onderzoekers wordt gebruikt. Al met al is er nog veel werk om (rug)pijn de wereld uit te helpen.

Nieuwe richtlijnen rugpijn

Chronische lage rugpijn is een groot maatschappelijk probleem. Er is niet alleen de pijn en het ongemak dat de patiënt ondervindt, er is ook een grote sociale kost. Dit in termen van medische behandelingen en absenteïsme op het werk. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) kwam vorige week met nieuwe richtlijnen om rugpijn te behandelen.

Enerzijds wil het KCE meer de nadruk leggen op preventie, denk aan rughygiëne op het werk, meer bewegen, sedentarisme tegengaan … Anderzijds promoten ze een mix van behandelmethoden. Er bestaat niet één goede oplossing, geen “one size fits all”.

Wat zijn de nieuwe richtlijnen bij lage rugpijn?

Een eerste probleem is het diagnosticeren van chronisch lage rugpijn. De benadering van rugpijn is vaak gebaseerd op gewoontes, ervaringen en meningen van experten. Er is specifiek voor de chronische rugpijn geen bewijs dat bijkomende onderzoeken een meerwaarde bieden. Dus radiologie, electromiografie (EMG), maar ook onderzoek van het lichaam geven weinig prijs over de chronische pijn. Er is geen gouden standaard om rugpijn te onderzoeken.

Niet-invasieve klassieke behandelingen

De niet-invasieve conservatieve behandelingen komen naar voor als meest waardevol. Oefenprogramma’s, gedragstherapie, korte programma’s die de patiënt extra informatie verschaffen rond hun rugpijn. Een multidisciplinaire aanpak is hier de grote winnaar.

Ik ben blij dat de KCE de belangrijke rol erkent van de kinesist in het  oplossen van lage rugpijn. Die is namelijk best geplaatst om de patiënt bij dit type behandeling te begeleiden.

Medicatie?

Er is een groot gebrek aan kwalitatief onderzoek naar gebruik van pijnstillers (paracetamol) en ontstekingsremmers. Wel is er duidelijkheid dat zware pijnstillers zoals tramadol en codeïne niet aan te raden zijn.

Chirurgie?

Voor invasieve, zowel chirurgisch als niet-chirurgisch interventies zoals facetinfiltraties, zijn er studies die tonen dat ze zeker effect hebben. Maar er is te weinig geweten over de neveneffecten en complicaties. Deze technieken brengen zeer grote kosten met zich mee, en ze leiden vaak tot serieuze complicaties en ergere beperkingen. Artrodeses (“rug vastzetten”) worden zelf volledig afgeraden.

Wanneer zullen deze nieuwe richtlijnen in de praktijk worden gebracht?

Chronisch lage rugpijn is een grote hap uit het budget van de sociale zekerheid. Tijd dus om eens te kijken hoe efficiënt het geld besteed wordt.

De focus ligt nog teveel op het voorschrijven van medicatie en het operatief ingrijpen. Artsen en patiënten worden in deze keuze gesteund, want deze keuzes worden goed terugbetaald door de sociale zekerheid. Maar dit type ingrepen kosten de maatschappij handenvol geld.

Aan de andere kant stel ik vast dat de budgetten voor kinesisten al jarenlang onder druk staan. De laatste indexering dateert van jaren terug. Vergeleken met onze buurlanden worden we onderbetaald.

Recent nog werd het overleg tussen de kinesisten en minister van gezondheidszorg De Block (Open VLD) opgeblazen. De nieuwe tariefovereenkomst werd “dictatoriaal” opgelegd. Opnieuw geen indexering dus.

Beloon de goede kinesisten

Als kinesist ben ik tevreden met de nieuwe richtlijnen van het KCE. Ze bevestigen wat ik al langer zie in mijn praktijk. Lage rugpijn pak je aan door meer te bewegen. Pijnstillers, operaties, ziekteverlof, … bieden op lange termijn geen soelaas.

Ik vind het ook belangrijk een chronische rugpijnpatiënt niet op te geven. In de praktijk zie ik dat je nog veel aan de klachten kan verbeteren. Chronisch wil niet zeggen hopeloos. Goede kinesisten beschouwen het als een prestigezaak om iemand uit zijn vicieuze pijncirkel te krijgen. Ze gaan de pijn aanpakken bij de oorzaak en zoeken samen met de patiënt naar een langetermijnoplossing. Een oplossing die de patiënt en de maatschappij zo min mogelijk belast.

Geef de kinesitherapeuten die zo werken de tijd en de ruimte om het probleem grondig aan te pakken. En beloon ze ervoor!

Ook de huisartsen hebben hier een grote de verantwoordelijkheid. Zij zijn de eerste lijn en verwijzen hun patiënten door. Dus ook een oproep aan de huisarts! Leer je therapeuten in de buurt kennen.

Bronvermelding: Van Wambeke P, Desomer A, Ailliet L, Berquin A, Demoulin C, Depreitere B, Dewachter J, Dolphens M, Forget P, Fraselle V, Hans G, Hoste D, Mahieu G, Michielsen J, Nielens H, Orban T, Parlevliet T, Simons E, Tobbackx Y, Van Zundert J, Vanderstraeten J, Vanschaeybroeck P, Vlaeyen J, Jonckheer P. Low Back Pain and radicular pain: assessment and management – Summary. Good Clinical Practice (GCP) Brussels: Belgian Health Care Knowledge Centre (KCE). 2017. KCE Reports 287Cs. D/2017/10.273/35.